Bakkersgast in De Soete Inval

Een warme bakker in een warme wijk.

Beste Johan,

Ik was een dag bakkersgast in De Soete Inval in Genk. Ja, ik ben op stage geweest. Want ik wil mee kunnen voelen, ervaren en doen wat mensen iedere dag in hun job doen. Ik wil het beleven en er dan iets mee doen. Ik ga telkens een dag meewerken in Genk, de stad waar ik zelf woon, werk en leef: met een orthopedagoog, een verpleegkundige, een bakker, een fabrieksarbeidster, een logistieke planner, een marktkramer, een kleuterjuf, een werkwinkelconsulent… Ik wil weten hoe zij werken, wat zij denken, waar zij van dromen. Maar ik wil vooral mee doen. En ik hoop oprecht dat dit mijn politiek werk verrijkt en versterkt.

Wist je dat de afgelopen 15 jaar het aantal warme bakkers in Vlaanderen van meer dan 4000 gedaald is naar een goede 2600? Toen ik mij op dinsdag 5 juni om half zeven ’s ochtends aanmeldde bij De Soete Inval rook ik onmiddellijk het verschil. De geur van vers gebakken brood en gebak kwam me tegemoet. Dit is één van de vijf warme bakkers die Genk nog telt. Hier wordt nog echt gebakken en belandt al dat lekkers kraakvers in de winkelrekken.

Joris Reyskens en Ingrid De Vadder runnen deze warme bakker nu al twee jaar. Daarvoor hadden ze een bakkerij in Leuven en werkten ze in de bakkerij van de vader van Joris in Genk. Ingrid bindt mij een voorschoot aan en ik begin aan mijn dagtaak: broden op de rekken plaatsen om af te koelen, in de winkel uittasten per soort, brood snijden voor de klanten, taarten versieren en in de winkel uitstallen, brooddeeg kneden en in de bakken doen voor de oven, klanten bedienen. Ik heb zelfs mee een focaccia mogen maken, een plat Italiaans brood met olijven, zongedroogde tomaten, olie, kruiden… Het was een unieke ervaring om met mijn eigen handen iets te kunnen maken wat mensen lekker vinden. Maar na 8 uur was ik echt afgemat. Geen moment stil gestaan, niet gezeten. Altijd in de weer.

Warme bakkers hebben een zwaar beroep. Joris begint al om 10 uur ’s avonds. En dat doet hij tot vier uur in de namiddag. Ingrid is 39 jaar en een alleenstaande moeder van drie kinderen. Zij werkt 100 uur per week om de bakkerij draaiende te houden. En ik kan je verzekeren: rijk word je hier niet van. Logisch, zou je dus denken, dat steeds minder mensen kiezen voor dit beroep. Als kleine zelfstandige leef je natuurlijk altijd in onzekerheid. Je moet ook optornen tegen de concurrentie van de grote winkelketens. Onlangs bracht Delhaize nog een brood op de markt voor 1,65 euro. Moordend voor de kleine bakkers, denk je dan. Maar Joris tilt daar niet zwaar aan. “Als warme bakker heb je één groot voordeel,” zegt hij: “dat je warme bakker bent.” Hier kiezen de mensen nog voor kwaliteit, versheid, vertrouwen, fierheid over je vak, persoonlijke service en… een babbel.

Ik merk al snel dat zo’n lokale warme bakker in de buurt veel meer is dan alleen maar een producent van brood en gebak. “Soms voel ik me een beetje de sociale assistent van de buurt,” zegt Ingrid. En ik merk het zelf ook. De mensen slaan hier werkelijk een praatje over van alles en nog wat. Over hun dieet en wat ze wel of niet mogen eten van de dokter. Over de examens van de kinderen. En ook over politiek, maar dat zal wel te maken hebben gehad met mijn aanwezigheid die dag.

Zo kom ik tot het punt dat ik wil maken, Johan: lokale handelaars spelen een cruciale rol in het sociale leven van hun buurt. Ik merk dat ook in mijn eigen wijk, waar er gelukkig nog een paar kleine handelaars zijn die een Turkse, Griekse of Italiaanse kruidenier runnen. Ik heb ook nog een echte poelier in mijn straat. Wat verderop Marokkaanse en Turkse slagers. Nog een echte viswinkel, uitgebaat door een Marokkaan. Dat zijn plekken waar heel mijn wijk elkaar nog ontmoet. Een paar buurtcafés kunnen mee profiteren van het verloop aan de winkels. En zo krijg je weer een sociaal weefsel. Dat is wat anders dan in de file naar de hypermarkt rijden, gestresseerd aanschuiven aan de kassa en met overvolle zakken sleuren. Nee, in de buurt gaan winkelen en er je buren tegenkomen is veel gezelliger. Winkelen hoeft hier geen martelgang te zijn.

En ik ben zelfs optimistisch gestemd. De lokale handel heeft volgens heel wat marketinggoeroes nog een toekomst. Uit een analyse van de FOD Economie blijkt zelfs dat de buurtwinkels en superettes weer aan een opmars begonnen zijn, terwijl de grote supermarkten stagneren. Dat is een goed teken. Want voor de sociale cohesie in onze steden en wijken zijn zij onontbeerlijk. En laten we eerlijk zijn: als we echt naar een vermindering van de CO2 uitstoot streven zullen we het aantal verplaatsingen moeten beperken. Dat zal alleen lukken als de mensen voor hun basisbehoeften ook in hun buurt terecht kunnen.

In De Soete Inval heb ik gemerkt dat een authentiek product van een echte vakman ook aanslaat. Hier komen de mensen voor de verse pistolets en de taarten die enkele uren daarvoor met vers fruit en echte slagroom gemaakt zijn. Ze zien ook de man of de vrouw achter het product en weten dat ze hier echt goed advies krijgen van een vakman. De klanten appreciëren die persoonlijke aanpak. De buurtwinkel op de hoek verkoopt dus niet meer dezelfde conserven en frisdrank in PET-flessen die in de supermarkt toch goedkoper zijn. Nee, zij verkopen zelf gemaakte confituur, vers fruit en verse groenten, ambachtelijke gemaakte slaatjes, boerenpaté, of andere streekproducten. Zij verkopen producten met een verhaal en de klanten weten: verdorie, ik ken de man of vrouw die dit gemaakt heeft. Dit zijn geen voorverpakte waren, maar echte mensen uit mijn buurt.

Ja Johan, de lokale handel levert een reële toegevoegde waarde aan ons maatschappelijk geluk. Maar ook een echte toegevoegde waarde op het gebied van tewerkstelling en de creatie van welvaart. Dit is een menselijke economie die niet gedreven wordt door het korte termijn denken van anonieme aandeelhouders en op bonussen beluste managers. Dit zijn mensen die iets maken en het aan hun gemeenschap aanbieden. En dit moeten we versterken, stimuleren en ondersteunen. Misschien wel in de eerste plaats door deze lokale handelaars in de mogelijkheid te stellen om meer samen te werken en zo mee te genieten van de schaalvoordelen die de grote ketens nu hebben. Waarom zouden we deze kleine zelfstandigen niet steunen om samenaankopen te organiseren. Dat kunnen samenaankopen van dure investeringsgoederen zijn zoals kassa’s en frigo’s, maar ook gezamenlijke marketing en publiciteit. Als overheid kunnen we hier zelfs met vrij beperkte middelen bijdragen aan een lokale economie met een heel grote maatschappelijke toegevoegde waarde. Laten we er dus voor zorgen dat deze kleine lokale handelszaken de concurrentiestrijd met gelijke wapens kunnen aangaan. Zeker het lokaal beleid kan hier een enorme bijdrage leveren. Ik denk dan aan een goede bereikbaarheid van de winkels, de veiligheid en properheid in de buurt, service op maat in de administratie en het stimuleren van lokale activiteiten. Of zoals Joris, mijn bakkersbaas voor een dag het zei: “Ze vroegen mij om mee te doen aan de kerstmarkt in Genk. Waarom zou ik? Op hun kerstmarkt komt bijna geen volk en het is dubbel zo duur als in Leuven om mee te doen.”

Ik wil dan ook eindigen met een warme oproep: steun die lokale handelaars. Hoe meer warme bakkers, gezellige kruideniers en fijne slagers in de buurt hoe beter. Zij zorgen voor warme, levende wijken.

Galerij | Dit bericht werd geplaatst in Doe mee, Genk. Bookmark de permalink .

Een reactie op Bakkersgast in De Soete Inval

  1. detuinvaneten zegt:

    ik volg het helemaal
    zoals het verhaal van economics of happiness ook een positief verhaal is http://www.theeconomicsofhappiness.org/
    small, local and slow (en hard werken…;-)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s