Ode aan een truckchauffeur.

Beste John,

Op woensdag 4 juli was ik de baan op, samen met Robert, een truckchauffeur uit mijn stad. Ik ben weer op stage geweest. Want ik wil mee kunnen voelen, ervaren en doen wat mensen iedere dag in hun job doen. Ik wil het beleven en er dan iets mee doen. Ik ga telkens een dag meewerken in Genk, de stad waar ik zelf woon, werk en leef. Ik wil weten hoe zij werken, wat zij denken, waar zij van dromen. Maar ik wil vooral mee doen. En ik hoop oprecht dat dit mijn politiek werk verrijkt en versterkt.

Het was niet echt gemakkelijk geweest om een stage vast te krijgen bij Ewals in Genk. Eerst wel, dan weer niet, maar uiteindelijk toch weer wel. De aanhouder wint, zeker? Ik wou absoluut iets doen in de logistieke sector want dat is zo stilaan een van de grootste werkgevers in Genk. Sinds “just in time” de magazijnen heeft afgeschaft, rijden al die stocks rond op onze snelwegen. Of dat goed is, daar kun je je veel vragen bij stellen. De vrachtwagens op onze wegen hebben geen goed imago. Ongevallen, luchtvervuiling… En wie krijgt dat op zijn dak? De chauffeur. Onterecht misschien, want die mannen en een paar vrouwen doen ook maar gewoon hun job.

Om 8 uur ’s morgens kwam ik aan op het bureau van de planners bij Ewals. Een drukte van jewelste. Andy legt mij uit wat er allemaal gebeurt. De computerschermen staan vol tabellen, plannen en routes. De telefoon staat niet stil. Hij toont me de route die ik ga volgen. We rijden met een lading naar Bettembourg in Luxemburg, waar ze op de trein naar Barcelona wordt gezet. We komen terug met een andere lading.

En dan ontmoet ik Robert, mijn chauffeur. Ik geef het toe: ik zat vol vooroordelen over truckchauffeurs. Het allereerste wat ik hem dan ook vraag als ik zijn cabine instap is: “waar hangen al die pin ups nu?”. “Zo ben ik niet,” antwoordt Robert kurkdroog. Want ook hij zat met een hoop vooroordelen over mij. “Met een politieker de baan op, wat gaat dat geven? Ik zal op mijn woorden moeten letten.” Maar dat duurt niet lang. Bettembourg is een heel eind rijden en Robert blijkt al snel een vlotte, goedgemutste babbelaar te zijn.

Robert is 61 jaar en heeft al 44 werkjaren op zijn teller staan. Eerst als mijnwerker in de mijn van Waterschei en nu al 33 jaar als truckchauffeur. Hij legt me meteen alle codes onder vrachtchauffeurs uit. In de handen klappen wil zeggen: “platte band.” Links en rechts pinken wil zeggen: “ga aan de kant, er is iets aan de hand.” Met de lichten flikkeren: “rij maar voor me in.” “Maar waarom flikkeren ze dan nog met hun lichten als ik al 100 meter verder ben,” vraag ik. “Hebt ge dan ’n rok aan?” “Ik heb altijd ’n rok aan,” antwoord ik, “alleen vandaag niet.” “Dat is niet eerlijk,” zegt hij lachend.

Robert beseft maar al te goed dat de reputatie van de vrachtwagenchauffeurs niet al te best is. Macho’s, cowboys op de weg… Noem het op en hij bevestigt het. Maar de meeste chauffeurs proberen gewoon hun job goed te doen. De tijden zijn ook veranderd. Robert heeft nog één Vlaamse collega. Naast 17 Nederlanders zijn het voor de rest allemaal Oost-Europeanen. “Eerst vooral Tsjechen,” zegt hij, “maar nu die bijna evenveel verdienen als wij zijn het vooral Roemenen en Bulgaren. Die krijgen hun rijbewijs met een pakje sigaretten of ze kopen het gewoon. Hun leven in hun vrachtwagens is niet te doen. Ze moeten daar echt in leven, zelf hun potje koken… Sommige gasten zijn nog maar 19 jaar. Ze spreken geen vreemde talen. Veel alcoholproblemen. Soms verdwijnen ze zelfs met een truck om een feestje te bouwen. Dan zijn ze een week verdwenen. Daar zijn toch ook kosten aan. Maar dat weegt blijkbaar niet op omdat ze zo goedkoop zijn.”

De truck waarmee we rijden heeft  324.000 kilometer op de teller staan. Gemiddeld rijdt zo’n truck 400.000 kilometer maar Robert heeft ooit met een Daf 700.000 kilometer gereden. “Die was niet kapot te krijgen.” Hij weet het niet meer precies maar hij heeft er al zo’n 15 of 16 versleten. De trekker weegt 7,5 ton. Een trailer zonder lading weegt evenveel. Met een lading van 10 ton, scheurt hij dus met 25 ton over de weg. Maar Robert is een veilige chauffeur. Ik voel me 100% op mijn gemak naast hem. De automobilisten zijn dat veel minder. “Die mensen weten niet hoe het is om met een vrachtwagen te rijden,” zegt hij. “Ze kunnen niet inschatten wat het betekent om plots voor een vrachtwagen in te rijden. Ze hebben geen idee van de remafstanden van zo’n gevaarte.” Hij heeft in zijn 33 jaar nog maar drie keer een accident gehad, gelukkig nooit met ernstige gevolgen. Twee keer moest hij uitwijken en kwam hij op zijn kant terecht. Eén keer belandde hij in de gracht na een manoeuvre.

Om kwart voor twaalf komen we aan in Bettembourg. Alles wordt uitvoerig gecontroleerd. Dan pas mogen we de trailer parkeren aan de trein. Terwijl de trailer op de trein wordt geladen controleren we op vraag van de planning in Genk de remmen van een andere trailer. Die moeten nagekeken worden. Genk stuurt een ploeg. Dan pikken we een nieuwe trailer op die naar Genk moet. Het is 20 na 1 en Robert neemt zijn 15 minuten verplichte pauze. Daarna vertrekken we naar een parking in Aarlen waar hij nog eens 30 minuten verplichte pauze neemt. Robert deelt zijn fruit met mij. Hij heeft wat bij: pruimen, druiven, perziken, appelen. “Mijn vrouw smeert me ook altijd boterhammen met kaas en salami, maar die geef ik straks aan de hond van de buren.”

“Rugklachten,” zegt Robert als ik hem vraag waar chauffeurs last van hebben. “Dat is onze beroepsziekte. Maar omdat we nu een zetel met vering hebben mogen we daar niet meer over klagen bij de bazen en de overheid. In Nederland krijgt ge bij rugklachten een zetel op maat van uw lichaam. Die wordt door de overheid betaald.”

We rijden even binnendoor naar Martelange om te tanken. Met drie vrachtwagens voor je moet je een half uur wachten. Er kan dan ook wat in zo’n tank. Ik leer ook dat een vrachtwagen twee tanks heeft en dat het een fortuin kost om die elke keer te vullen. Sigaretten opslaan en we zijn weer weg. Om half zes zijn we terug in Genk. We pikken nog even een trailer op voor de nachtchauffeur en rijden dan naar het truckservicestation op het industrieterrein. Tijd om even te “vergaderen” met de collega’s. De trucks worden zo tegenover elkaar geparkeerd dat de chauffeurs door hun open raam met elkaar een praatje kunnen slaan. “Het blijven toch venten,” denk ik. Vooral commentaar op de vrouwenstem van de GPS. “Maak een U-bocht… Al eens geprobeerd met zo’n truck? GPS is voor sissies.” Om zes uur ’s avonds zijn we terug op het bureau. Onze dag zit erop.

Terwijl ik dit hier zit te schrijven, John, lees ik dat vrachtwagenchauffeur een knelpuntberoep is. In juni stonden er in Vlaanderen 215 vacatures voor vrachtwagenchauffeur open, waarvan 34 in Limburg. De logistiek is een belangrijke werkgever. Er werken 16000 mensen in, niet alleen als vrachtwagenchauffeur, maar ook als heftruckchauffeur of als magazijnier. In een stad zoals Genk is dit een heel belangrijke sector waar veel jongeren aan de slag kunnen. Af en toe zie ik hier in mijn straat een vrachtwagen voorbij rijden waarin jongeren van de technische school hun opleiding krijgen. Maar dan vraag ik me af: waarom leren die jongens nog met een vrachtwagen rijden als ze moeten optornen tegen onderbetaalde chauffeurs uit Roemenië en Bulgarije die ook nog eens geen sociale bijdragen betalen? Ik besef ook wel dat het moeilijk is om dit tegen te houden. Maar het minste wat we kunnen doen is nauw toezien op de veiligheid en de werkomstandigheden van die chauffeurs. En dan zwijg ik nog over fraude, die we keihard moeten bestrijden. Zeker voor mensen die met zo’n gevaarte over onze wegen scheuren kunnen we dit nooit genoeg controleren.

Robert vertelde me dat hij graag nog internationaal transport zou willen doen, maar dat hij daarvoor te duur is. Ik ben blij dat ik Robert heb leren kennen. Zo’n joviale, openhartige en goedlachse man. Als ik nog eens een vrachtwagen inhaal op de snelweg en hij knippert met zijn lichten, zal ik me altijd afvragen of het Robert is.

Galerij | Dit bericht werd geplaatst in Doe mee. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s