Een dag stage bij een designer.

“Ik wil de wereld mooier maken.”

Beste Ingrid,

Ik ben bij een goede vriend uit Genk op stage geweest: Michaël Verheyden. Het was eens iets anders om met één van de creatiefste ondernemers van mijn stad te kunnen werken en praten. Want ik wil mee kunnen voelen, ervaren en doen wat mensen iedere dag in hun job doen. Ik wil het beleven en er dan iets mee doen. Ik ga telkens een dag meewerken in Genk, de stad waar ik zelf woon, werk en leef. Ik wil weten hoe zij werken, wat zij denken, waar zij van dromen. Maar ik wil vooral mee doen. En ik hoop oprecht dat dit mijn politiek werk verrijkt en versterkt.

Creativiteit is mijn ding. Het is mijn job. Als creatieve coach probeer ik altijd de beste ideeën uit de mensen te krijgen. Dat is vaak een unieke ervaring. Hoe een idee kan groeien en bloeien en ons leven uiteindelijk beter kan maken. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat iedereen creatief is en dat creativiteit de toekomst is. Het is door het aanboren van al die creativiteit dat we een nieuwe economie creëren die uiteindelijk voor meer welvaart en jobs zal zorgen. Nu al zijn er in de provincies Luik en Limburg meer dan 8000 bedrijven actief in de culturele en creatieve industrie. Ze draaien voor meer dan 2 miljard euro omzet en bieden werk aan meer dan 35000 mensen. Dat is niet niets dus. En dan doet het goed om eens met iemand uit die creatieve industrie te kunnen praten om van hem te horen hoe we deze industrie kunnen steunen en vooruit helpen.

Ik ben niet alleen een vriend maar ook een fan van Michaël. Zeker niet alleen omdat hij in Genk woont en werkt maar gewoon omdat hij erin slaagt mooie dingen te maken die ik wil hebben. Ik kocht ondertussen al drie handtassen van hem. Michaël studeerde in 2001 af aan de afdeling “Productdesign” van de toenmalige Media & Design Academie van Genk, nu de MAD Faculty. Hij legde zich meteen toe op het ontwerpen van handtassen en later ook op een home collectie. Samen met zijn partner Saartje werkt hij nog altijd vanuit Genk. Iedere handtas wordt hier ontworpen en afgewerkt. Zijn tassen – zo’n 1000 per jaar – worden in heel de wereld verkocht in 50 winkels, waaronder 8 in de Verenigde Staten, 5 in Zwitserland en verder nog in Denemarken, Zuid-Korea en Groot-Brittannië.

“Ik heb er altijd van gedroomd om internationaal te kunnen werken,” zegt Michaël. “En dat begint aardig te lukken. Nu droom ik ervan om mijn naam en werk te kunnen bevestigen. Om het half jaar leg ik een examen af als de nieuwe collectie uitkomt. Ik hoop dat ik dit de rest van mijn leven samen met Saartje kan blijven doen.”

Er is net een lading handtassen vanuit Marokko aangekomen. Die moeten allemaal nagekeken worden en bijgewerkt. Geen enkel detail ontsnapt aan het nauwgezette oog van Michaël. Het moet kloppen, af zijn. Aan zijn werktafel, terwijl we de verfijning van iedere handtas klaren, praten we over zijn werk, over de creatieve industrie en hoe we die kunnen steunen en stimuleren. Michaël heeft 10 jaar ervaring. Het vuur brandt nog maar hij spaart zijn kritiek niet.

“Natuurlijk ben ik voor de ondersteuning van talent,” zegt Michaël terwijl hij een likje bruine verf op een handtas aanbrengt. “Maar het talent dat er is kun je beter rechtstreeks ondersteunen. Nu gaat veel geld naar een sector die gecreëerd werd om een sector te steunen. Dat kost veel geld dat niet in het talent zelf geïnvesteerd kan worden. Ik vraag me soms af of zo’n Design Platform wel nodig is. Het is allemaal met goede bedoelingen opgericht maar het schiet zijn doel voorbij. Voor mijn home collectie ben ik wel een lening aangegaan bij Cultuurinvest. Zij hebben wél een zeer goede kennis van de sector en ook de extra opvolging en controle op zakelijk vlak is goed.  Het nadeel is dan wel dat de voorwaarde was dat ik een bvba moest oprichten. Maar zo’n bvba kost veel geld. Soms denk ik dat we beter een eenmanszaak waren gebleven.”

“Kan de overheid dan niets doen?” vraag ik.

“Ja, stoppen met ons te betuttelen. Rechtstreekse steun is welkom. Liever steun aan de sector dan aan onnodige platforms. Geef bijvoorbeeld incentives in plaats van evenementen te organiseren die geen toegevoegde waarde hebben. Steek al dat geld in de designers in plaats van in een soort ambtenaren die zichzelf in stand willen houden. Je kunt dat gerust meten aan de hand van bestelbons, persaandacht, beurzen, omzet enzovoort.”

Michaël haalt daar een typisch, maar ook wel triest voorbeeld van aan. Onlangs vroeg het internationaal gereputeerde magazine Wallpaper hem om voor de editie van augustus een tafel te ontwerpen in het kader van een beurs in Milaan. Zijn tafel zal worden afgebeeld naast ontwerpen van Vuiton en Hermes. Het ontwerpen en maken van die tafel heeft hem 5000 euro gekost. Steun? Noppes. Allemaal zelf betaald. Hij is de enige Vlaming die in het magazine staat en hij neemt in zijn verhaal nog een ander Vlaams bedrijf mee. Hij wordt zelfs op de cover aangekondigd. De tafel werd in april tentoongesteld in het hoofdkwartier van Brioni als voorbeeld van vakmanschap, handgemaakt. Het is een ongelooflijke stunt voor Vlaams design. Maar Michaël krijgt geen euro terug van zijn kosten. Nochtans zou de overheid hier geen enkel risico lopen want de bestelling en de publiciteit voor Vlaams design lag al op voorhand vast.

Michaël laat altijd zijn engagement zien en is niet te beroerd om zelf te investeren in zijn toekomst. “Ik vind niet dat de overheid teveel met subsidies moet strooien,” zegt hij. “Faciliteer. Geef vertrouwen. Laat de ontwerpers samen werken om Vlaamse ontwerpen te promoten in plaats van evenementen te organiseren die tot niets leiden.”

Als er iets is waar ik fier op ben in Genk is het de MAD Faculty. Deze gerenommeerde hogeschool kan echt een motor zijn in de ontwikkeling van een creatieve industrie in Genk.

“Maar dan moet er wel opnieuw een positieve drive in die school komen,” zegt Michaël. “De opleiding is zich een beetje overbodig aan het maken. In Vlaanderen kun je op drie plekken productdesign studeren. Kortrijk en Antwerpen zijn meer technisch gericht. Genk was artistieker, maar daar komt men op terug. Ook hier gaat men er nu vanuit dat alles bij wijze van spreken klaar moet zijn om onmiddellijk in industriële productie te gaan. Zo laten ze hun unieke positie varen en maken ze zichzelf dus overbodig. Net zoals Raf Simons en Casimir heb ik op de MAD Faculty in Genk geleerd om het artistieke en het zakelijke heel goed te mixen. Daarin kunnen we het onderscheid maken.”

Ik ben het daar zo mee eens. We moeten echt leren beter uit te spelen wat ons onderscheidt, wat ons uniek maakt. Het is de ziekte van Genk en de rest van Vlaanderen dat we willen na-apen. Oei, dat werkt daar goed, laten we dat dan ook maar doen. Maar zo werkt het niet. Die mentaliteit brengt ons nergens omdat we dan altijd achterop zullen hinken. Speel uit wat je uniek maakt, waar je goed in bent en versterk dat dan. Michaël is daar zo’n mooi voorbeeld van.

Ja Ingrid, ik geloof rotsvast in het talent dat in Vlaanderen, Limburg en Genk aanwezig is. Maar je staat er soms versteld van hoeveel van dat jong creatief talent in het begin van hun carrière al gefnuikt wordt door regeltjes, commissietjes, platforms, ambtenaren en andere regelneven die het altijd beter weten dan de creatievelingen zelf. Daar ligt een grote uitdaging. Als we mee willen in de innovatie gedreven industrie van de toekomst, dan zullen het nochtans die mensen zijn die het moeten doen. En dan zullen we hen op een heel andere manier moeten benaderen, aanpakken en stimuleren. Het laatste dat je met creatieve mensen mag doen is ze in een keurslijf dwingen. Dat fnuikt iedere creativiteit, ieder enthousiasme. We moeten ze vertrouwen geven, hen de omgeving bieden waarin ze hun talent kunnen botvieren. Want ook alleen zo kunnen we ze hier houden. Ik wil het talent uit Genk, Limburg en Vlaanderen niet opnoemen dat uit pure frustratie zijn vleugels elders is gaan uitslaan. En dus ook anderen de vruchten van hun werk laten plukken. Dat is gewoon stom!

Waarom moeten we dat doen? Om het ego van al die creatievelingen te strelen? Nee. We moeten dat doen omdat zij voor een ongelooflijke toegevoegde waarde in onze economie kunnen zorgen. De creatieve en culturele sector creëert enorm veel werkgelegenheid voor mensen die iets met hun handen kunnen doen. Voor houtbewerkers, metaalbewerkers, schilders, elektriciens, make-up artiesten, modellen, haarstilisten, logistieke medewerkers enzovoort. Ook dat talent, ook die mensen die iets met hun handen kunnen doen, moeten we volop steunen en stimuleren om voor een job in de creatieve sector te kiezen. Want zonder hen kunnen onze getalenteerde ontwerpers hun dromen nooit werkelijkheid laten worden.

En Michaël? Die blijft ijverig en eigenzinnig zijn unieke handtassen en meubels ontwerpen in de prachtig gerestaureerde schuur achter zijn eenvoudig arbeidershuisje in Genk. “Ik probeer de wereld mooier te maken,” zegt hij. Zo hebben we er meer nodig.

Galerij | Dit bericht werd geplaatst in Doe mee, Genk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s