Een duurzame toekomst voor Limburg.

foto postit 3Het mag nog niet met zoveel woorden gezegd worden, want we zitten nog volop in de procedure van de wet-Renault, maar het dringt toch stilaan door: Ford Genk gaat dicht. Het industrieel weefsel van een hele regio staat op het spel. Aan de fabriekspoort hoor je sommige radicalo’s roepen: ‘Ford moet blijven!’ Aan de andere kant hebben de realo’s het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat opgericht om het nieuwe Limburgse industriële kader uit te tekenen. Is de sluiting van Ford Genk een drama? Ja. Is de sluiting van Ford Genk een kans voor een grondige transitie van een hele regio die snakt naar een optimistisch, positief verhaal? Ja, want er zijn gelukkig ook nog de creativo’s die niet bij de pakken blijven zitten, zich niet wentelen in misplaatst pessimisme en naast verontwaardiging ook verantwoordelijkheid tonen. Dit is een kans. Anders en beter. En vooral: allemaal samen.

Mijn artikel hierover staat in Samenleving en Politiek van januari 2013.  De tekst kan je hieronder ook lezen.

Van sommige momenten in je leven weet je nog heel goed waar je was en wat je aan het doen was. Het was een woensdagochtend. Iets over negen. Ik stond op het punt om naar een vergadering te gaan want we waren in volle coalitiegesprekken om een nieuwe meerderheid te vormen. En toen kwam het bericht. Ford gaat dicht. De wereld stond even stil. Hoe kon dat nu? Enkele weken eerder was er nog de toezegging dat we tot 2020 auto’s gingen maken in Genk. Zo ineens, plotsklaps, koelweg werden al die beloftes, al die hoop, de toekomst van 10.000 mensen in mijn stad en in mijn provincie van tafel geveegd. Het gevoel waar je dan mee achterblijft is niet te beschrijven. Leegte.

Tot je ineens denkt aan Peter, mijn schoonbroer die 28 jaar geleden op Ford begon en na de vorige herstructurering voor een toeleverancier is gaan werken. Of aan Ferdy, Gunther en Phaedra, Yussuf… Al mijn vrienden, kennissen, familieleden. Ik ben onmiddellijk beginnen te bellen. Vragen hoe het is? En het was niet goed. Tranen, woede, ongeloof, angst. Ik heb al mijn vergaderingen afgezegd en ben iedereen gaan bezoeken.

Het was een harde dag met veel uiteenlopende reacties en emoties. Woede. Over het verraad en de hartvochtigheid van een anonieme directie die zelfs het lef niet had om de onheilsboodschap persoonlijk te komen brengen. Ook veel gelatenheid. Zo van: dit zagen we toch van ver aankomen. Ongeloof. Dit kan toch niet. Dit is een hele gemeenschap die omver wordt geblazen. Wat is Genk en de hele regio nog zonder Ford? We zijn opgegroeid met Ford. Onze vaders zijn naar Limburg getrokken om op Ford te werken. We hebben vakantiejobs op Ford gehad. We hebben leren auto rijden in een Ford. We zijn gaan studeren dankzij Ford. En dan is Ford ineens weg. Dat kan toch niet. Maar ook weer mijn schoonbroer, die zei dat hij nooit meer in een fabriek wou werken. Die op zijn 46ste nog zegt dat hij zich wel zal herscholen maar dan tot boswachter, of het onderhoud van het fietsroutenetwerk of zelfs iets in de zorg. Nooit meer in een fabriek. Nooit meer die onzekerheid. Nooit meer die hoge werkdruk. Nooit meer die afmattende posten. Om dan toch maar bij het groot vuil te worden gezet.

Want Meryame Kitir had gelijk toen ze in het parlement zei dat de Ford werknemers niets te verwijten viel. Zij hadden 12% loon ingeleverd toen het hen gevraagd werd. Zij werkten langer en sneller als het hen gevraagd werd. Zij bleven thuis als het hen gevraagd werd. Stank voor dank. Fabriek dicht. Woord gebroken. En wat was de eerste reactie van rechts Vlaanderen? Zeker geen brugpensioen. Hoe kun je zo neerbuigend zijn naar al die Ford mensen? Denk je nu echt dat zij al die inspanningen deden om een brugpensioen te krijgen? Zij deden het voor werkzekerheid. Om een toekomst voor zichzelf en hun kinderen te hebben.

Zwarte Pieten.

Ik wil hier niet te lang meer bij stilstaan. Zwarte pieten doorspelen heeft geen zin. Het helpt de pijn misschien wat verzachten. We kunnen er lessen uit trekken. En dat is al beter. Maar welke les trek ik hier dan uit?

Toen we ons programma voor de gemeenteraadsverkiezingen aan het schrijven waren stelden we dat Genk een industriestad is en moet blijven. Die industriële ervaring hebben we. Daar moeten we een sterkte van maken. Genkenaren en bij uitbreiding heel veel Limburgers hebben de ervaring om in een industriële omgeving te werken. Zij weten wat het is om in een fabriek aan de slag te zijn. In posten werken, technische vaardigheden, kwaliteitszorg, just in time, de juiste attitude… Wij kunnen dat en we moeten dat gebruiken.

Maar maakt dat ons tot een moderne industriestad? Ik durf het betwijfelen. De auto’s van Ford werden hier wel in elkaar geschroefd maar werden ze hier ook gemaakt? 50 jaar geleden kwam Ford naar Genk omdat ze er op een goedkope manier auto’s in elkaar konden schroeven die ergens anders bedacht en ontworpen werden. De verkoop van die auto’s gebeurde ook elders. Ja, er werden in Genk veel vernieuwingen in het productieproces ingevoerd maar iets maken deden we eigenlijk niet. We werden alsmaar efficiënter in het produceren van die auto’s. Zo efficiënt dat een groot deel van de productie nu gebeurt door toeleveranciers, kleine en middelgrote ondernemingen die maar één klant hebben of er zo goed als volledig van afhankelijk zijn. Met de sluiting van de fabriek hebben ze geen toegevoegde waarde meer. Is dat de industrie die we nodig hebben in Genk, Limburg of Vlaanderen?

Zo kom ik ook bij “afstand” in het Ford drama. Vooral afstandelijkheid. Onmiddellijk na de aankondiging van de sluiting stonden er al onheilsprofeten op die rond bazuinden dat de Ford directie bewust had gewacht tot na de gemeenteraadsverkiezingen om hun boodschap de wereld in te sturen. Alsof ze in Keulen of Detroit wakker lagen van de gemeenteraadsverkiezingen in Limburg of zelfs maar wisten dat hier überhaupt verkiezingen werden georganiseerd. De werkelijke reden van het tijdstip voor de onheilsboodschap is veel simpeler. Eind oktober zou Ford haar kwartaalcijfers bekend maken. 2,3 miljard euro winst in Noord-Amerika maar  468 miljoen euro verlies in Europa. Wat zou dat betekenen voor de aandelenkoers van Ford? Nog snel twee weken voor de aankondiging van de kwartaalcijfers een fabriek in Europa sluiten was voor het korte termijn denken van de managers een goed alternatief. En ja hoor. Het aandeel van Ford steeg met 2%.

Het zegt iets over de zwakheid van Ford Genk. We konden dit onheil niet voorkomen omdat we in een helse managerslogica zijn terechtgekomen waar de korte termijn beslist over het lot van een hele gemeenschap. De waanzin gaat zelfs zo ver dat het management er blijkbaar niet bij stil stond dat ze nog twee jaar auto’s moesten maken in Genk want de fabriek zou pas in 2014 sluiten en dat er in Genk ook onderdelen worden gemaakt voor andere fabrieken in Europa. Nee, het korte termijn denken van internationale managers die beloond worden met aandelenopties stond voorop.

Dit moet een les zijn voor de toekomst. Als we al een moderne industrie willen in Genk, Limburg, Vlaanderen, België of zelfs Europa, dan zal het een lokaal verankerde industrie moeten zijn. Dan moeten de producten ook hier bedacht, ontwikkeld, ontworpen en gemaakt worden. Dan ben je pas echt een moderne industriële regio. Dan pas krijg je een echte creatieve maakindustrie. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat zich hier tal van kansen aanbieden.

Het oog van de orkaan.

Aan de poort van Ford Genk hoor ik soms: “Ford moet blijven!” Is dat de oplossing? Het zou handig zijn. Het zou troost bieden. Het zou gemakkelijk zijn. Maar geloven we ook echt dat Ford gaat blijven? Tot wanneer? En wat dan? Leggen we ons lot zo weer in handen van managers die geen enkele verantwoording aan de gemeenschap moeten afleggen en de mensen alleen maar zien als kostenposten? Een slogan als “Ford moet blijven” is voor mij net hetzelfde als in je luie zetel blijven zitten en wachten tot de volgende crisis ons knock out slaat.

Het is een cliché, maar we moeten deze crisis zien als een uitdaging. En het is een crisis, maar dan wel één die we radicaal anders moeten aanpakken. Vaak voel je dat momentum instinctief aan. Je merkt ook dat je niet de enige bent die er zo over denkt. Dat ook anderen willen dat het nu helemaal anders wordt. Dat we leren uit onze fouten en niet meer achteruit moeten kijken maar hoopvol naar de toekomst. Het is een gevoel. Dat is ook vaak de zwakte want hoe zet je dat gevoel om in daden, in acties die deze verandering concreet vorm kunnen geven?

In december was ik in Zolder in de oude mijngebouwen op een seminarie van “Duurzaam Bouwen”. Tijdens de bijdrage van Jan Rotmans over duurzame transities kreeg ik onmiddellijk het gevoel dat hier iets inzat dat je naadloos op het drama na de sluiting van Ford Genk kon toepassen. Ik heb onmiddellijk zijn boek “In het oog van de orkaan” gekocht.

Jan Rotmans is een Nederlandse hoogleraar in de transitiekunde en een internationale autoriteit op het gebied van transities en duurzaamheid. Volgens Rotmans is onze samenleving in een overgangsfase en bevindt ze zich op een kantelpunt. We beleven geen tijdperk van verandering maar een verandering van tijdperken. We veranderen van een verticale, centrale en verzuilde samenleving in een horizontale, decentrale netwerksamenleving. Dit betekent volgens mij dat we af moeten stappen van het geruststellende idee dat alle heil van bovenaf komt. Of dat nu de centrale overheid is of grote internationale multinationals. Nee, de verandering kan ook van onderuit groeien. Vanuit kleine, ondernemende, samenwerkende burgers die kleine maar interessante vernieuwingen doorvoeren.

Volgens Jan Rotmans zitten we in een kantelperiode waarin oude systemen worden afgebroken en nieuwe worden opgebouwd. Een periode waarin oude waarden verdwijnen en nieuwe waarden ontstaan. Dit gaat gepaard met pijn, angst en verlies, maar ook met hoop, geloof en vertrouwen. Daar wil ik de nadruk op leggen. Sommigen focussen, wellicht bewust, op de angst om er garen bij te spinnen. Ik wil focussen op de hoop, want dat geeft perspectief. Crisissen zijn een ideale voedingsbodem voor transities, voor een echte verandering. Rotmans vergelijkt het met een orkaan. In het oog van de orkaan is het windstil, maar 100 meter verderop word je omver geblazen. De meerderheid staat misschien nog in het oog van de orkaan, maar met de sluiting van Ford Genk zijn we in Limburg uit het oog gestapt en ervaren we de storm in alle hevigheid.

Niet alleen Genk ervaart deze crisis. Ze woedt wereldwijd. Een financiële crisis, een economische crisis en een ecologische crisis. Dan zou dus het inzicht moeten ontstaan dat het fundamenteel anders moet. Die kans op verandering moeten we grijpen. Dit moet een kans worden voor progressieve verandering. Anders laten we de verandering over aan conservatieve veranderaars. Want wat zeggen zij? Energiecrisis? Meer kerncentrales (zelfs in Japan) of steenkoolcentrales (gefinancierd door de Europese investeringsbank). Financiële crisis? Voor de banken is het terug business as usual. Economische crisis? Nog meer besparen om te kunnen blijven doen wat we nu doen. Ecologische crisis? Wachten want we kunnen de klimaatcrisis niet alleen oplossen. En zo geraken we niet uit de storm omdat we de storm niet aanpakken.

Wat gaan we de komende 10 jaar zien gebeuren? De conservatieven gaan proberen de veranderingen met alle kracht tegen te houden. Maar van onderuit zullen zich tegenkrachten ontwikkelen. Koplopers zullen de crisis aanpakken om zich hevig te roeren en proberen de verandering naar een duurzame economie en samenleving te versnellen. Het zal gaan om een strijd tussen de bescherming van de bestaande belangen van een steeds kleiner wordende groep tegen de belangen van een steeds grotere groep die het slachtoffer is van de crisis. Maar uiteindelijk zal dit volgens Rotmans ook leiden tot een nieuwe ordening waarbij de krachten van onderuit botsen met die van bovenaf maar elkaar toch ook nodig zullen hebben.

Die wederzijdse afhankelijkheid is waar we naartoe moeten. We moeten alle initiatieven van onderuit een kans geven en ze van bovenaf steunen en besproeien. Beide krachten moeten gestimuleerd worden. De vrije, soms te gekke ideeën, van onderuit, die geleid en gestuurd worden van bovenaf om zo een betere, duurzame samenleving voor iedereen te creëren. De antwoorden op de crisis moeten dus niet meer alleen van de overheid komen. De overheid moet een stimulerende, faciliterende rol spelen om alle initiatieven in het belang van de gehele samenleving te steunen.

Iedereen doet mee.

Op dezelfde dag van de aankondiging van de sluiting van Ford Genk werd ik door verschillende collega’s uit de creatieve sector gebeld om een initiatief te nemen. Ook zij waren zich ervan bewust dat deze crisis moest aangegrepen worden om van onderuit nieuwe initiatieven te nemen. Het was een beetje dit gevoel: “Een fabriek sluit. 10.000 mensen verliezen hun job. Een regio belandt in een collectieve depressie. Wat kan je dan doen? Bij de pakken blijven zitten? Of starten met iets nieuw en je toekomst weer in handen nemen?”

Onder impuls van Creative Class en Igor Bytebier van New Shoes Today hebben we in november al een oproep gelanceerd tot een mega brainstorm waaraan iedereen kon meedoen. Aanvankelijk was het de bedoeling dat 120 Limburgers onder professionele begeleiding van 12 vrijwillige creatieve procesbegeleiders zouden brainstormen over de toekomst van Limburg en dan vooral over de toekomst van jobs in Limburg. Na een paar dagen moesten we de groep al uitbreiden tot 150 Limburgers.

Op die bewuste avond begin december werden door de 150 deelnemers niet minder dan 900 ideeën bedacht. Daarna kwamen nog eens 60 mensen samen om een eerste selectie van 250 ideeën te maken die uiteindelijk werden uitgewerkt tot 39 concepten. Deze concepten gaan van de oprichting van een Hospitality Academy waarin we onze legendarische Limburgse gastvrijheid uitspelen, tot microkredieten voor startende ondernemingen, of een talencentrum in het multiculturele Genk, een green Marshallplan voor Limburg, het stimuleren van het coöperatief ondernemen, de valorisatie van afvalstromen enzovoort.

Dit is wat Limburg nodig heeft om een nieuwe toekomst vorm te geven. Want er zit veel talent, veel ondernemerschap, veel onaangeboorde kracht en energie in deze regio. Ideeën en initiatieven borrelen naar de oppervlakte. Velen willen mee denken, doen en organiseren. Deze beweging moeten we voeden, koesteren en vooruit helpen. Om dat doel te bereiken werd het platform “Limburg stand up” opgericht. Van ideeën gaan we naar concepten. Naar actie. Naar mensen die samenwerken en het elan ontwikkelen om onze toekomst weer vorm te geven.

Deze beweging wil het lot van haar regio mee in handen nemen en bouwen aan een nieuw, creatief, innovatief Limburg. Hoe meer Limburgers mee bouwen aan dit nieuwe verhaal, hoe meer kansen we creëren om er weer bovenop te komen en om voorsprong te nemen. We zullen altijd op zoek blijven gaan naar nog meer ideeën, nog meer handen, nog meer daadkracht, nog meer initiatief, nog meer organisatiekracht en natuurlijk ook naar middelen. Het is een beweging van onderuit, die zoals Jan Rotmans zegt, een link moet vinden met de beweging van bovenaf. Ze moet tegen de stroom blijven ingaan maar samen met de officiële instanties aan een nieuw verhaal voor Limburg schrijven. Een verhaal waar iedereen beter van wordt.

Nieuwe krachten, nieuwe ideeën.

Je zult dit misschien een beetje raar vinden. Is het Strategische Actieplan Limburg in het Kwadraat dan al niet opgericht? Jazeker. En dat is heel goed. Maar met een initiatief van onderuit geven we de officiële instanties van bovenaf extra zuurstof, extra ideeën en vooral een nieuw, breder perspectief. Hieruit blijkt de wil van veel Limburgers om mee te werken aan de heropbouw van hun provincie. Het geeft nieuwe inzichten, frisse ideeën, out of the box initiatieven. Maar vooral: het betrekt de Limburgers bij hun eigen lot. En dat is nodig om vanuit een diepe crisis een nieuw, hoopvol elan te creëren.

Uit de eerste ideeën en concepten van het platform “Limburg stand up” bleek al meteen dat de meeste deelnemers vooral heil verwachten van duurzame oplossingen. Ook daar sluiten ze dus volledig aan bij de inzichten van Jan Rotmans. De toekomst zal duurzaam zijn. Het was dan ook een beetje spijtig dat de eerste reactie vanuit het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat was dat we toch niet te fel mochten uitgaan van een op subsidies gebaseerde reconversie van Limburg. Alsof investeren in duurzaamheid alleen maar met door de overheid verleende subsidies mogelijk is. Dat is oude wijn in oude zakken aangelengd met hardnekkige vooroordelen. Iedere nieuwe industrie heeft startkapitaal nodig dat niet onmiddellijk rendeert. Waarom zou dat met investeren in een duurzame economie anders zijn? Het klonk een beetje als de reactie van André Oosterlinck op de studie dat we binnen veertig jaar volledig op hernieuwbare energie kunnen overschakelen en dat dit bovendien ook nog eens voor 60.000 nieuwe jobs zou zorgen. Onmogelijk volgens de ererector van de KUL.

Dan hoor ik liever Paul De Grauwe: “Onderwijs, onderzoek, creativiteit, dat zijn de antwoorden op de sluiting van Ford.” Hij heeft gelijk. Maar laat dat nu net projecten zijn waarvoor in een eerste fase veel subsidies nodig zijn maar die wel de basis leggen voor een gezonde economie op langere termijn.

Als we altijd in dezelfde patronen blijven denken, zullen we ook altijd hetzelfde krijgen. Dit geldt ook voor investeringen in duurzaamheid en ecologische ontwikkelingen. We zijn het tijdperk voorbij dat deze investeringen alleen maar te maken hebben met liefde voor de natuur of de leefbaarheid op onze aardbol. Het begint stilaan ook een economische noodwendigheid te worden. Het doet me denken aan de sociaaldemocratische minister van leefmilieu in de Duitse deelstaat Beieren die zijn investeringsprogramma in zonnepanelen niet als een ecologisch thema benaderde maar als een werkgelegenheidsthema. Zijn investeringen in zonnepanelen hebben namelijk duizenden nieuwe, duurzame jobs gecreëerd. Of neem het voorbeeld van Freiburg, waar duurzaamheid in alle geledingen van het maatschappelijk leven is geïntegreerd en de hele economie succesvol op dit principe draait.

De Limburgse veerkracht.

Wat ons niet kapot maakt, maakt ons sterker. Deze quote van Nietzsche is nu meer dan ooit van toepassing op Limburg. Het is niet de eerste keer dat we een ramp zoals de sluiting van Ford Genk meemaken. Het is zelfs nog niet zo lang geleden dat we de vorige ramp verwerkten: de sluiting van de mijnen en het verlies van meer dan 20.000 banen. Ook daar zijn we uitgekrabbeld. Misschien is deze slag nog wat harder omdat hij onverwachter komt. We zullen hem overleven, maar dan moeten we ook echt durven een transitie te maken en vooral afstappen van oude waarden en gedachten. Deze crisis zullen we niet te boven komen met alleen maar goed bedoelde overheidsinitiatieven of middelen die in het verleden misschien hun nut bewezen. Om deze crisis op een duurzame manier te overwinnen zullen we alle Limburgers moeten inzetten en volop beroep doen op hun creativiteit, ondernemerschap, ijver en zin voor initiatief.

Genk en Limburg hebben heel wat troeven in handen om deze crisis te overwinnen. Ik geef maar enkele richtingen waarin we kunnen gaan, er onmiddellijk aan toevoegend dat we heel veel verschillende paden zullen moeten bewandelen, waarvan er slechts enkele tot een echt goed resultaat zullen leiden.

Zeker de regio van Midden Limburg heeft door de mijnindustrie een zeer diverse multiculturele bevolking. Het wordt tijd dat we dit als een sterkte in plaats van een zwakte zien. Hier zit zoveel multiculturele kennis en vaardigheid die je zeker in een globaliserende economie goed kunt gebruiken. Turkije kent bijvoorbeeld een sterk groeiende economie. Als “nieuw geïndustrialiseerde” economie behoort Turkije tot de “emerging markets” zoals India of Brazilië. Midden Limburg is niet alleen multicultureel maar ook geo-strategisch heel goed gelegen, vlak bij Nederland en Duitsland. Er dienen zich tal van kansen aan om de banden met een groeiend land als Turkije aan te halen op het gebied van pharma, machinebouw, creatieve industrie, windmolens of energiecentrales. Zeker met een jonge, hoogopgeleide bevolking die de taal spreekt en de culturele eigenheid van het land kent. Het doet me nog altijd pijn dat heel veel van onze hoogopgeleide jongeren met een niet-Belgische afkomst in hun eigen provincie moeilijk aan de bak komen en werk moeten zoeken in Eindhoven of Brussel, waar ze hun toegevoegde waarde wel erkennen.

Onze industriële traditie is een pluspunt dat we niet mogen laten verdwijnen. We beschikken over goed opgeleide werknemers die gewend zijn om in een technologische, industriële omgeving te werken. Zet dan in op de industrie van de toekomst zoals duurzaamheid en hernieuwbare energie. Met Energyville in Genk en I Clean Tech in Houthalen halen we de know how nu al binnen. Maak van deze groene economie ook een tewerkstellingsverhaal. En denk vooral over de stadsgrenzen heen. Met een stadsgewest Genk-Hasselt, eventueel zelfs uitgebreid tot heel midden-Limburg krijg je een grotere schaal die bijvoorbeeld te vergelijken is met Freiburg.

En zet vooral in op KMO’s. Ieder groot bedrijf is begonnen als een kleine onderneming. De Belgische KMO’s leveren bovendien het grootste deel van de bedrijfsbelastingen en staan in voor het grootste deel van de tewerkstelling. Deze bedrijven dragen dus wel bij tot de gemeenschap en het algemeen welzijn. Er zijn nog heel wat manieren waarop we KMO’s kunnen steunen en stimuleren om van hun ondernemerschap een succesverhaal te maken. Hier liggen kansen voor een overheid die in een duurzaam economisch verhaal op langere termijn wil investeren. We kunnen alternatieve manieren vinden om dit te financieren door bijvoorbeeld subsidies of de notionele intrestaftrek exclusief voor innovatieve, tewerkstellingsbevorderende KMO’s te voorzien in plaats van voor multinationals die weer vertrekken als ze de melkkoe van de overheid hebben leeggezogen.

In dit kader is het bijvoorbeeld frappant dat bij Ford Genk en haar toeleveranciers enkele honderden werknemers zelfstandige in bijberoep zijn. Als deze mensen voltijds zelfstandige worden en binnen 5 jaar 3 andere mensen tewerkstellen, dan hebben we een heel grote werkgever in Limburg gecreëerd. Stimuleer dit. Dat hoeft zelfs niet zoveel te kosten. Onderzoek de mogelijkheden van coöperatieven, het inzetten van microkredieten of de samenaankoop van diensten.

De oplossing voor het verdwijnen van 10.000 jobs in Limburg zal moeten komen van heel veel kleine, inventieve oplossingen. En laten we daar vooral zoveel mogelijk Limburgers bij betrekken. Want ik wil eindigen met een van mijn favoriete quotes van Einstein, die we nu zeer goed kunnen gebruiken: “Als je altijd doet wat je altijd al gedaan hebt, zul je altijd krijgen wat je altijd al gehad hebt.”

Joke Quintens.

Galerij | Dit bericht werd geplaatst in Genk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s