De eerste week.

_VS_7969Zo, mijn eerste week als Vlaams volksvertegenwoordiger zit erop. Allez, ’t is eigenlijk al mijn tweede week, maar die eerste tel ik niet mee omdat ik, behoudens de eed afleggen en aandachtig naar de septemberverklaring en het debat luisteren, niet veel heb kunnen doen, behalve goed uit mijn doppen kijken en zo snel mogelijk zoveel mogelijk leren. Ik ben naar het Vlaams Parlement gegaan om te werken. Daarom dus dat ik afgelopen week beschouw als mijn eerste werkweek.

Al van in mijn eerste week had ik door dat je in dit parlement geduld moet hebben. Voor mijn eedaflegging had ik al twee vragen klaar. Die worden echter pas volgende week gesteld in de commissie werk aan minister Muyters. Ondertussen heb ik er daar wel al een aan toegevoegd. Snel zijn is de boodschap.  En dan geduld hebben.

De belofte van de banken.

Afgelopen week mocht ik in het halfrond al meteen een actuele vraag stellen.  In de pers ging het al een paar dagen over de moeite die gezinnen ondervinden om een lening vast te krijgen en dat er ook veel meer loonbeslag wordt gelegd bij mensen die hun lening niet kunnen afbetalen. Ik moest toen meteen denken aan de belofte van de banken vorig jaar aan de getroffen werknemers van Ford, de toeleveranciers en alle bedrijven die het slachtoffer zijn van de crisis. De banken hadden met minister-president Kris Peeters afgesproken dat ze initiatieven zouden nemen om de last voor de ontslagen werknemers te verlichten. Ik wou van de minister-president dus wel eens weten hoe het daar een jaar later mee zat.

Ik heb in ieder geval meteen geleerd dat als je als parlementslid een vraag stelt aan de minister, hij meestal met de bloemen aan de haal gaat. Zij krijgen de vraag uiteraard al op voorhand en kunnen zich er goed op laten voorbereiden door hun kabinet. Dat had Kris Peeters dus ook gedaan. Volgens de minister-president hebben de banken individuele zorgtrajecten voor de getroffen werknemers opgezet en hebben al 1.000 mensen hiervan gebruik gemaakt. Hij zal het project ook blijven opvolgen in zijn zesmaandelijks overleg met de topbankiers. Het was voorpaginanieuws in het Belang van Limburg, waar hij breed aan het woord kwam en enkel vermeld werd dat ik de vraag had gesteld.

Maar goed, we hebben een antwoord gekregen. Ik kan alle getroffen werknemers die een lening af te betalen hebben alleen maar aanraden om vliegensvlug naar hun lokale bankier te stappen. Ik hoop dat ze daar geholpen zullen worden, zoals de minister-president heeft beloofd. Gisteren nog vernam ik heel andere verhalen van mensen die bij Ford werken en bij Magna Belplas, een toeleverancier. Die ga ik verder verzamelen en terug voorleggen.

De Fordterreinen.

Een dag later, op donderdag, werd in de commissie economie gedebatteerd over de terugvordering van de Vlaamse steun aan Ford. Ik had ook een vraag voorbereid over de terreinen van Ford-Genk. Er wordt immers gefluisterd dat Ford die terreinen zelf op de markt wil brengen. We zijn al een paar keer bedrogen door Ford en ik zou dat niet graag nog eens zien gebeuren. De terreinen zijn voor Genk immers van levensbelang om een nieuw industrieel beleid te kunnen voeren. De minister-president draaide wat rond de hete brij maar heeft toch gezegd dat het voor hem geen optie is dat Ford die terreinen zelf verkoopt.

Tussendoor vroeg ik hem ook nog of hij op de hoogte was van de geruchten dat de autobouwer KIA geïnteresseerd zou zijn in de Fordfabriek van Genk. Je had de verbazing op zijn gezicht moeten zien. Was dit omdat hij echt van niets wist? Of was het: hoe weet die dat? Ondertussen wil een woordvoerder van KIA het bericht bevestigen noch ontkennen.

Mannen.

Dit was dus mijn eerste week. Het beviel me.  Je moet de weg nog wat zoeken. Je alle eigenaardigheden eigen maken. Maar ik zit in een geweldige fractie met sp.a collega’s die ik al heel lang ken en waardeer. Ik heb trouwens een fantastische medewerkster: Phaedra Rousselle, wiens gulle lach nu niet alleen meer in Genk en Limburg maar in heel Vlaanderen zal weergalmen.

Wat me vooral opviel in dat Vlaams Parlement is dat de meeste tussenkomsten in de plenaire vergadering en de commissies een mannenaangelegenheid zijn met het nodige haantjesgedrag dat daar blijkbaar bij hoort. Ruzie zoeken, slagen onder de gordel, gebarentaal… Dat is aan mij niet besteed. Ik doe gewoon de job waarvoor ik gekozen ben: vragen stellen over de leningen van jonge gezinnen met kinderen die hun lening niet meer kunnen afbetalen en hun huis dreigen te verliezen. Of over de Fordterreinen in Genk waar we hopen een nieuwe industrie uit te bouwen met jobs voor de mensen. Volgens mij is het dat nog altijd waar de mensen van wakker liggen.

Deed ik het goed? Ik weet het niet. Maar laat me afsluiten met een leuke anekdote.  Peeters feliciteerde me met mijn eerste actuele vraag.  Kort daarna kreeg ik een briefje van de parlementsvoorzitter. Dat het aan hem is een nieuw lid te feliciteren, dat Peeters voor zijn beurt had gesproken – maar dat dat ook eigen is aan ego’s in de politiek.  Dat hij mij alsnog feliciteerde en veel succes wenste.  Waarvoor dank.

Galerij | Dit bericht werd geplaatst in Genk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s