Het begon met Emile.

IMG_2458Je moet je dat eens inbeelden… Genk, 125 jaar geleden. Een slaperig dorpje in een ongerepte uithoek van het land. Zo was het altijd geweest en zo zou het altijd blijven, dacht men. De Genkenaren overleefden door noeste arbeid met wat ze uit de schrale bodem konden oogsten. Een lieflijk dorp, dat wel, met een romantische dorpskern in de vallei van de Dorpsbeek. Moerassen, vijvers en de glooiende purperen hei. Ongenadig mooi. En niemand wist het. Behalve de 2500 Genkenaren die hier toen leefden en geen idee hadden van de toekomst die op hen af kwam.

Tot ineens, vanuit het niets, de schilders kwamen. Romantische landschapsschilders uit de grote steden Brussel, Antwerpen en Luik, op zoek naar die ongerepte, rauwe natuur die enkel hier nog heerste. Ik heb daar zelf ook een heel romantisch beeld van. Vrijgevochten artiesten, die in dat nietig dorpje neerstreken. Hoe moeten de Genkenaren daarnaar gekeken hebben. Nieuwsgierig? Wantrouwig? Ik weet het niet. Er bestaat een foto van zo’n groep kunstenaars die bier zitten te drinken op het terras voor het Hotel des Artistes in de Stationstraat. Vrijmoedig kijken ze in de lens van de camera, hun handen nonchalant in hun broekzakken. Strooien hoeden op hun hoofd. Het zou een beeld kunnen zijn van impressionisten in de Provence. Maar het was niet in de Provence. Het was in Genk.

Die schilders trokken het Genkse landschap in en begonnen te schilderen. Hun schilderijen verspreidden zich over heel België. We leerden Genk kennen. Haar ongerepte natuur. Haar oogverblindende schoonheid. Het oefende zo’n aantrekkingskracht uit op de bourgeoisie en andere schilders maar ook op bijvoorbeeld de schrijfster Neel Doff, die voortaan al haar zomers in een villa aan de Nieuwstraat doorbracht en het leven in Genk in enkele van haar romans beschreef. Anderen volgden, de eerste toeristen in Genk. Die moesten gehuisvest worden. En dus verrezen er hotels in het dorpscentrum. Villa’s werden gebouwd rond de Molenvijver. Cafés, waar de artiesten en bezoekers bij een pint over kunst en wat nog niet allemaal discussieerden. Genk werd een bruisend kunstenaarsdorp. Een creatieve hotspot, ook al bestond dat woord toen nog niet.

Ze kwamen allemaal naar Genk. Dus ook Emile Van Doren. De Brusselaar die aan de Académie des Beaux Arts had gestudeerd en wiens schilderijen het zelfs tot in het Koninklijk Paleis schopten. Hij verloor zijn hart letterlijk en figuurlijk aan Genk. Want hij trouwde er met de lokale schone Cidonie. Samen begonnen ze het Hotel des Artistes, waar al die schilders verzamelen bliezen en hun werken tentoonstelden. Maar ook in Brussel, Antwerpen, Gent, Luik en zelfs tot in Genève, München en Bordeaux werden de Genkse schilderijen van Emile Van Doren tentoongesteld. Emile Van Doren was zot van Genk en bouwde zijn villa Le Coin Perdu op een heuvel die uitkeek over zijn geliefde Molenvijvers. Hij trok de natuur in, vooral de vijvers in Stalen. Die prachtige Genkse natuur, die hij in zijn schilderijen vereeuwigde. Hij zei: “Genk is gemaakt om te schilderen”. En veel kunstenaars gaven hem gelijk. Maar één Genkse evolutie van die tijd zou hij nooit vereeuwigen: de steenkoolmijnen. Die aanslag op het maagdelijke Genk kon hij net als veel van zijn artistieke vrienden maar moeilijk verteren.

Genk, 125 jaar later… Je moet je dat eens inbeelden. Die drie steenkoolmijnen van Winterslag, Zwartberg en Waterschei zouden Genk drastisch veranderen. Van een dorpje in de verloren Kempen werd het de derde industriestad van Vlaanderen. Vanuit heel België, Europa en zelfs ver daarbuiten kwamen ze naar Genk om een nieuwe stad te bouwen. Met 65.000 zijn we nu. En we wonen allemaal in een kosmopolitische stad, waar bijna iedereen van ergens anders komt.

Maar weet je wat Genk pas echt uniek maakt in heel de wereld? Ons kosmopolitisme ligt hier wel in het bronsgroen eikenhout. Want ondanks de industrialisering en verstedelijking van Genk zijn we nog altijd de groenste centrumstad van Vlaanderen. De Maten, het Nationaal Park Hoge Kempen en al die andere groene natuurplekjes in Genk, die we blijven koesteren, net zoals Emile Van Doren ze 100 jaar geleden koesterde. Beklim de terril maar eens. Dan zie je pas hoe groen Genk nog is.

En dat maakt ons nu net zo aantrekkelijk en zo anders voor hedendaagse kunstenaars en creatieve ondernemers. Waar vind je dat bruisende kosmopolitisme in het groen, behalve in Genk? Waar heb je zo’n prachtig erfgoed als C-Mine, Thor Park, La Biomista of onze unieke mijncités? Waar kun je zo proeven van de multiculturele wereld als in Genk en tegelijk tot rust komen in de prachtige natuur die Emile Van Doren 125 jaar geleden al schilderde? Nergens.

Daarom ben ik ook samen met de burgemeester, het voltallige schepencollege en de meeste Genkenaren er van overtuigd dat Genk, kosmopolitisch in het bronsgroen eikenhout, een creatieve hotspot is en nog meer zal worden. Hier vinden kunstenaars en creatieve ondernemers de inspiratie en de omgeving om de creativiteit van de 21ste eeuw te laten bloeien. Koen Van Mechelen heeft die stap al gezet en vestigt zich in Zwartberg. Piet Stockmans doet dat al een hele tijd op C-Mine. Kunstenaars als Ado Hamelryck en Odile Kinart verbazen de wereld met hun werk vanuit Genk. Maar ook jonge creatievelingen zoals Michaël Verheyden, of vermaarde Jazz muzikanten zoals Michel Bisceglia of Alano Gruarin en muzikanten zoals Yass, jonge theatermaker zoals Shapolski Ghökan Girginol of Gorges Ocloo, beloftevolle rappers, dichters, schilders, illustrators en animatiefilmers zoals Wouter Bongaerts, ze verkiezen Genk omdat ze hier de inspiratie vinden die ze nodig hebben. Met de MAD-Faculty hebben we een vermaarde kunstschool. Op C-Mine vestigen zich steeds meer jonge creatieve ondernemers die met animatie, gaming of decorbouw de wereld proberen te veroveren. En op het Thor Park beginnen de eerste innovatieve bedrijven zich te vestigen.

Ja, Genk heeft een uniek potentieel om creatieve ondernemers aan te trekken en te blijven inspireren. Ons industrieel verleden. Onze maakindustrie. Ons kosmopolitisch karakter dat je nodig hebt om te innoveren. En vooral onze aparte cultuur en onze prachtige natuur die ons blijft inspireren. De kansen liggen hier voor het grijpen. En grijpen zullen we ze.

Daarom wil ik eindigen door Emile Van Doren te parafraseren. “Genk is gemaakt om geschilderd te worden.” Toen al. Nu nog meer. Want nu is Genk ook gemaakt om creatief te zijn en creatief te ondernemen. Daar zetten we op in, niet omdat het een alledaagse droom is, maar omdat het unieke potentieel in Genk gewoon aanwezig is. Ook en vooral in onze prachtige natuur die we al honderden jaren koesteren en onze unieke kosmopolitische cultuur die we de laatste 100 jaar hebben opgebouwd. Dat allemaal samen is de voedingsbodem voor creatief Genk.

IMG_2646 IMG_2647 IMG_2645

Galerij | Dit bericht werd geplaatst in Creativiteit, Genk, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s